Philipsdam en Grevelingen dam Preview

Access this tour for free

Experience this tour for free. Available through our app.

Download or access the app

iOS Android Web

1: Startpunt: Vluchthaven Bruinisse

Je begint de route in de Vluchthaven ten zuiden van Bruinisse. Eerst als een varende fietser, want de BRU 45 ligt klaar voor een vaartocht van 10 minuten over het Zijpe naar Sint Philipsland.

Wat je nu voor ontspanning doet, was voor de watersnoodramp pure noodzaak. De verbinding tussen het eiland Schouwen-Duiveland en de rest van de wereld verliep over het water. Tussen Zijpe en Anna Jacobapolder verzorgde de RTM sinds 1900 het veer als onderdeel van de stroomtramlijn Brouwershaven-Steenbergen. De tram stond aan beide zijden van de pont klaar om mensen verder te brengen. Om Rotterdam te bereiken was je daarna nog wel even onderweg.

Pas in 1965 kreeg het eiland zijn eerste vaste verbinding, de Grevelingendam, en verdwenen stuk voor stuk de veerdiensten.

Na de opening van de Philipsdam in 1988 werd het veer Zijpe - Anna Jacobapolder overbodig. Wat rest is dit pontje waar in het seizoen vooral fietsers en wandelaars blij mee zijn.

2: Anna Jacobapolder

De pont legt aan in de haven van Anna Jacobapolder op het schiereiland Sint Philipsland.
Op 31 januari 1953, laat in de avond, stonden hier dijkgraaf Piet Boudeling en dijkbaas Abrahamse om poolshoogte te nemen van de situatie. Het water stond halverwege de dijk, het sloeg er zelfs met enige regelmaat overheen!

Boudeling reed vervolgens naar Sint Philipsland om daar de situatie in ogenschouw te nemen. Abrahamse en zijn zoon Lieven bleven achter in de haven en probeerden de schotbalken in de coupure te plaatsen. En met (voorlopig) succes.

Het vervolg van het verhaal kun je lezen in 'Watersnood' van Kees Slager, blz. 272-273.

3: De stormvloed

Willem Frederik del Campo liet in 1847 de schorren en slikken bedijken en noemde de nieuwe polder naar zijn echtgenote Anna Jacoba. Ook aan dit dorp ging de ramp van 1953 niet voorbij.

Gemeenteambtenaar Sinke woonde in 1953 in Anna Jacobapolder. Klokgelui, ’s nachts om half vier, riep hem naar buiten. Dijkgraaf Boudeling vroeg Sinke naar het postkantoor te gaan om mensen buiten het dorp wakker te bellen. Het water spoelde al over de dijken en de postkantoorhouder was zo nerveus dat hij bijna niet in staat was de stekkers in de desbetreffende nummeropeningen te stoppen. Helaas nam niemand meer op. Sinke ging naar huis aan de Langeweg waar het water al over de weg stroomde. Het is bijna niet voor te stellen dat hij het zware elektrische fornuis in zijn eentje naar de zolder wist te dragen. Blijkbaar was het apparaat te waardevol om het aan het zoute zeewater prijs te geven.

Met het stijgende water, en door het constante gebeuk van wrakhout, pakken stro en lege olievaten tegen de éénsteensmuur, nam de angst toe. Sinke en zijn vrouw hadden twee dochtertjes van 3 en 1,5 jaar, die rustig lagen te slapen in hun ledikantjes. Ze hebben zelfs de mogelijkheid overwogen om de kinderen vast te binden op de zijkant van de ledikantjes, zodat ze zouden blijven drijven als ze in het water terecht zouden komen. Zo ver is het gelukkig niet gekomen.

Lees het volledige verhaal op blz. 70 van het boek ‘De Ramp op Sint Philipsland’ van Jan Kempeneers.

4: Bruintjeskreek

Ten tijde van de bedijking van de Anna Jacobapolder (in 1847) was de huidige Bruintjeskreek een brede, diepe geul met aan weerszijden hoge oeverwallen. Na de bedijking is de kreekbedding geleidelijk verland, zodat de kreek steeds smaller werd. De oevers werden in gebruik genomen als weiland en het restant van de kreek kreeg een functie als boezem voor het overtollige polderwater. Middenin de kreek ontstond een spontaan opgeslagen bosje met veel wilgen.

In de oeverlanden van de Bruintjeskreek ligt een mooi ontwikkelde overgang van zout naar zoet. Kenmerkend zijn de veel voorkomende soorten moeraszoutgras en aardbeiklaver. Er broeden weidevogels zoals grutto, tureluur en kluut. In het water foerageren (eten) veel doortrekkende steltlopers. Bij hoogwater in de Oosterschelde is de kreek een zogenaamde ‘hoogwatervluchtplaats' voor vogels.

Kreken als deze kom je overal in de delta tegen. Voordat sprake was van grootschalige inpoldering, werd het landschap doorsneden door ontelbare kreken en bestond het gebied grotendeels uit schorren en slikken, zoals duidelijk te zien is op het kaartje.

5: Zuiddijk, Sint Philipsland

In het dorp Sint Philipsland bereikte het water om half 1 's nachts de kruin van de dijk. Mensen aan de haven genoten, ondanks de dreiging die werd ervaren, van het machtige schouwspel dat de Krabbenkreek op dat moment bood. Om 2 uur stroomde het water over de dijk heen, de sirene begon te loeien, de klokken werden geluid, mensen werden van de kaai het dorp in gestuurd om anderen wakker te kloppen en taxi’s reden de polder in om daar de mensen te waarschuwen.

Toen om 3 uur het water aan de kade plotseling zakte, ging er even een golf van opluchting door de omstanders heen. Niet helemaal terecht, want, zo merkte iemand op: "Nu is ergens anders een dijk gebroken." Die conclusie was juist: de schotbalken bij de haven van Anna Jacobapolder waren gebroken. Omdat niet alle sluisjes in de binnendijken gesloten waren en de coupure in de rijksweg naar het veer Anna Jacobapolder-Zijpe niet gesloten kon worden, stroomden de polders vol en bleef er van heel Sint Philipsland geen meter polder droog. Verschillende huizen stortten in.

Wachtmeester Van de Velde en zijn helpers maakten van wrakhout drijvende ‘bruggen’. Ze gingen langs huizenrijen om mensen naar de dijk te halen. Van daar werden ze naar café Bossers bij de watertoren gebracht.

Auto’s met hulpverleners uit de Brabantse buurgemeente Steenbergen zorgden voor de opvang van vluchtelingen aldaar. Burgemeester De Gou van Steenbergen nam de regie op Sint Philipsland over toen hij ontdekte dat zijn collega in die gemeente verlamd werd door paniek. Dat bleef zo gedurende een week.

Lees meer in het boek "Watersnood" van Kees Slager, blz. 272/273.

6: Een triest verhaal

In Sint Philipsland vielen 9 slachtoffers. Hun namen zijn vermeld op het monument bij de Hervormde Kerk aan de Kerkring. De oudste was bijna 80 jaar, de jongste bijna 13.

Triest is het verhaal van Jacobus Pieter (Kootje) Geense. Met zijn ongehuwde zus Koosje woonde hij in het huis van wijlen zijn ouders. Na het sirenegeloei en de waarschuwingen aan de voordeur verliet hij zijn woning via de achterdeur. Zijn zus lag nog boven op bed. Nadat Kootje bij de weegbrug had gezien dat het water over de dijk stroomde, kwam de voor hem blijkbaar geruststellende mededeling dat het water was gezakt. Hij ging direct terug naar huis. Zijn zus was inmiddels op de zolder. Kootje ging echter naar zijn kamer en is daar – waarschijnlijk verrast door het water – op de kachel geklommen. De mensen die hem vonden troffen zijn ontzielde lichaam staande in de kachel aan.

Dit verhaal vind je in het boek "De Ramp op Sint Philipsland" van Jan Kempeneers, blz. 41.

7: Noodschool

Materieel was de schade groot. De school, die zowel voor het openbaar als christelijk onderwijs werd gebruikt, werd met donderend geweld totaal verwoest. De kinderen kregen na de ramp tijdelijk les op andere locaties, onder andere in de kerk van de Gereformeerde Gemeente aan de Voorstraat. Ze schreven, tekenden, rekenden en lazen tussen de banken. Naast de preekstoel stond het schoolbord. Moesten de kinderen schrijven, dan zaten ze op hun knieën voor de zitbanken. Omdat de vloer nogal hard was, namen ze een kussen mee van huis.

Zie ook het boek "De Ramp op Sint Philipsland" van Jan Kempeneers, blz. 334-336.

Vind je het intussen tijd voor een pauze? Verderop in de straat vind je café 't Durp.

8: Evacuatie en hulpverlening

Voor je zie je de iconische watertoren van Sint-Philipsland. Naast de toren was vroeger een tramhalte en café Bossers. Vanaf dat punt werden mensen na de Ramp geëvacueerd. Van heinde en ver kwam er hulp naar de getroffen gebieden, zelfs vanuit Amerika. Het Rode Kruis speelde daarbij een belangrijke rol, zoals ook te zien is op de foto. De kinderen kunnen haast niet wachten tot het uitdelen begint.

Denemarken en Oostenrijk schonken samen elf geschenkwoningen, waarvan er enkele staan in de straat die je zojuist bent gepasseerd en die de toepasselijke naam 'Deensestraat' draagt. In eigen land kwam er hulp vanuit Hengelo en Ambt-Delden, die het dorp Sint Philipsland 'adopteerden'. Daarom vind je hier ook nog een Hengelose en een Deldense straat.

9: Krabbenkreek

Je moet er misschien even doorheen kijken, maar het gebied ten oosten van de Krabbenkreekdam is best bijzonder. Het Rammegors, zoals het gebied heet, raakte door de aanleg van de Krabbenkreekdam (1972) volledig afgesloten van de Oosterschelde. Er ontstond een natuurgebied dat langzaam steeds zoeter werd.

De beruchte zandhonger van de Oosterschelde, waardoor schorren en slikken in rap tempo verdwijnen, heeft de overheid doen besluiten het Rammegors - ca. 145 hectare aan slikken en schorren - weer terug te geven aan de Oosterschelde. Er werd een doorlaatmiddel in de dam gemaakt waardoor eb en vloed weer vrij spel kregen. De verzilting die daarvan het gevolg is, brengt een ingrijpende verandering met zich mee voor de flora en fauna in het gebied. Maar de natuur is veerkrachtig; langzaam ontstaat er weer een geheel nieuw, divers gebied.

10: Tip: sla rechtsaf voor een prachtig uitzicht

Op dit punt kun je rechtsafslaan voor het uitkijkpunt. Beklim de toren en geniet van het uitzicht over de sluizen en de wijde omgeving: van Schouwen-Duiveland en Sint Philipsland tot Goeree-Overflakkee.

Aan de overkant van de parkeerplaats bij de toren, vind je een smal paadje dat je naar een vogelobservatiehut voert. Vandaar heb je een mooi zicht op het natuurgebied Plaat van de Vliet", dat deel uitmaakt van het Volkerak-Zoommeer.

11: Philipsdam en Krammersluizen

De Philipsdam loopt van Sint Philipsland naar de Grevelingendam en vormt de scheiding tussen het zoete Volkerakzoommeer en de zoute Oosterschelde. De aanleg van de dam veranderde het landschap eromheen sterk. Door aanslibbing ontstonden er kwelders met een rijk dierenleven. Het gebied rond het sluizencomplex is een toonbeeld van synergie tussen waterveiligheid, natuur en innovatie.

De Philipsdam, en de Oesterdam die Tholen met Zuid-Beveland verbindt, verkleinen het oppervlak van de Oosterschelde. Daardoor zou er een sterkere eb en vloed in de Oosterschelde moeten ontstaan. De Oosterscheldekering zorgt namelijk voor een minder krachtig getij en dat heeft weer invloed op de natuur (zandhonger) en op de mossel- en oesterteelt.

De bouw van de Philipsdam begon eind 1976. In 1983 was het sluizencomplex gereed en in 1987 werd de dam geopend. Een tweede sluis, voor de pleziervaart, werd in 1994 gebouwd.

Rijkswaterstaat onderhoudt en beheert de Philipsdam en Krammersluizen. Sinds 2014 wordt in de noordelijke jachtensluis een innovatieve methode gebruikt om zoet en zout water gescheiden te houden wanneer schepen passeren. Onder water zorgt een scherm van luchtbellen ervoor dat de twee watersoorten niet in elkaar overlopen. Zo kunnen boten sneller door de sluis varen, is het energieverbruik lager en zijn de kosten voor beheer en onderhoud minder.

Eind 2016 begon de bouw van het Windpark Krammer, het grootste burgerinitiatief in Nederland opgezet door de leden van de coöperaties Zeeuwind en Deltawind. Dit windpark - 34 windmolens dichtbij elkaar - produceert vanaf 2019 voldoende energie om ruim 100.000 huishoudens van groene stroom te voorzien. Dit windpark heeft een landelijke primeur: de windturbines in de buitenste ring zijn uitgerust met een speciaal detectiesysteem voor zeearenden.

12: Zicht op de Grevelingendam

Al fietsend zie je de Grevelingendam steeds scherper voor je opdoemen. Deze dam is aangelegd tussen 1958 en 1965 en verbindt Goeree-Overflakkee met Schouwen-Duiveland. Het Deltawerk moest in die jaren beschermen tegen hoogwater en vooral ook de stroming in de Grevelingen, het Haringvliet en het Volkerak verminderen. Dit waren alle nog zee-armen en open water. Die verminderde waterdruk vereenvoudigde de aanleg van de Haringvlietdam, Brouwersdam en Oosterscheldekering. Nog steeds zorgt de dam ervoor dat deze waterkeringen niet te veel belast raken.

De Grevelingendam is met zijn zes kilometer beduidend langer dan de Zandkreekdam of de Veerse Gatdam. Caissons bleken voor dit karwei minder geschikt. Daarom werd voor een deel van de dam een revolutionaire techniek gebruikt: via kabelbanen werden grote betonblokken in het water gestort. Tien gondels stortten per uur gezamenlijk driehonderd ton materiaal in de Grevelingen. In totaal moest er maar liefst 190.000 ton gestort worden! Later zette Rijkswaterstaat deze techniek ook in bij de bouw van de Haringvlietsluizen en Brouwersdam.

Voor de rest van de dam werd gebruikt gemaakt van de reeds bekende technieken als het opspuiten van zand en het afzinken van caissons.

Met de opening op 1 april 1965 kreeg Schouwen-Duiveland zijn eerste vaste oeververbinding. De N59 die er over loopt is een belangrijke verbindingsweg.

Zes jaar later was ook de Brouwersdam klaar en ontstond het Grevelingenmeer, het grootste zoutwatermeer van West-Europa (11.000 ha).

13: Flakkeese Spuisluis

Na het verlaten van de Philipsdam fiets je op de Grevelingendam vrijwel direct over de onlangs gerenoveerde Flakkeese Spuisluis. Deze sluis verbindt de Oosterschelde met de Grevelingen en moet de waterkwaliteit van het Grevelingenmeer verbeteren. De sluis werkt volgens het hevelsysteem. Bij opkomend water in de Oosterschelde kantelen de buizen naar de lagere waterniveau in de Grevelingen en stroomt Oosterscheldewater de Grevelingen in. Bij eb daalt het niveau van de Oosterschelde weer onder het omslagpunt en loopt het water uit de Grevelingen terug de Oosterschelde in.

De hevel zorgt voor de toevoer van zuurstofrijk water in het zoute meer. Dat is hard nodig, vooral bij warm weer sterft door zuurstofgebrek een deel van het bodemleven. Dat zorgt niet alleen voor stankoverlast maar is in feite een vicieuze cirkel want het afgestorven materiaal zorgt voor nog minder zuurstof. De waterkwaliteit in het Grevelingenmeer verbetert nu langzamerhand. Eerder zijn in het Veerse Meer positieve ervaringen opgedaan met vers zuurstofrijk Oosterscheldewater.

14: Tip: Paviljoen Meerzicht

Na ettelijke kilometers op de fiets is het wellicht een goed idee om even te pauzeren bij Paviljoen Meerzicht. Vanaf het terras heb je een prachtig uitzicht over de Grevelingen.

15: Bruinisse in 1953

Je nadert ‘mosseldorp’ Bruinisse en fietst voor een groot deel over de dijk langs de rand van het dorp. Bruinisse werd in vergelijking met veel andere dorpen ‘licht’ door de ramp getroffen. In de haven werden zandzakken bovenop een rij dubbele vloedplanken gestapeld. Omstreeks half 5 in de rampnacht stroomde het water echter al over die extra verhoging.

Plotseling begon het water te zakken. De oorzaak: in de omgeving van Bruinisse braken de dijken op verschillende plaatsen en liepen de achterliggende polders vol. Zo werd Bruinisse op het nippertje gered.

Door twee coupures in een binnendijk, de Oudendijk, zou het water de polder van Bruinisse binnen kunnen stromen. Omdat het eb was, viel de hoeveelheid water nog mee. Vrachtwagens voerden zandzakken aan en een legertje mannen begon de coupures provisorisch te dichten. Bij die actie viel de enige dode van het dorp: politieman Schippers bracht met metselaar Iman Deurloo in een jeep een lading zand. Deurloo raakte de macht over het stuur kwijt en kwam met de auto op z’n kop in een watergang terecht en verdronk onder de auto.

Al het werk hielp niet veel. Van veel kanten stroomde het water in de polder in de richting van Bruinisse. Noodklok en sirene waren amper meer nodig, de inwoners waren al gealarmeerd door de gebeurtenissen van die nacht. Bovendien, door de grote omvang van de polder kwam het water niet zo snel bij het dorp. Tijdig gingen veel mensen met eten en drinken naar zolders, hoger gelegen gebouwen of naar vooronders van schepen. Vanaf de volgende dag werd de haven van Zijpe dé plek waar dagenlang honderden schepen uit de rest van het land arriveerden om het tot dan toe ‘vergeten’ eiland Schouwen-Duiveland te hulp te schieten met mankracht en goederen.

Lees meer over de gebeurtenissen in Bruinisse in het boek 'Watersnood' van Kees Slager, blz. 240-241.

16: Eindpunt van de route

Je bent weer aangekomen in de vluchthaven van Bruinisse, het eindpunt van de route. Met enkele trefwoorden wil ik met je terugkijken op deze tocht:

onbeschrijfelijk verdriet,
natuurgeweld,
natuurschoon,
bijzondere flora en fauna,
wonderen van techniek en innovatie,
water als vriend en vijand,
nieuwe en duurzame energie,
nieuwe verbindingen.

Slotgedachte: altijd in het ‘hier en nu’ verbinding zoeken met ‘daar en toen’.

Deze route is met veel plezier uitgezet door Ben Hoexum, vrijwilliger bij het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk.

Philipsdam en Grevelingen dam
Cycling
16 Stops
3h
30km