Startpunt: parkeerplaats Westenschouwen
De route begint in Westenschouwen, een dorp waarvan de geschiedenis is bepaald door de willekeur van het water. Westenschouwen was ooit een levendig vissersdorp. Toen de haven in de 16e eeuw verzandde, verlieten de vissers het dorp en veranderde Westenschouwen in een vervallen gehucht.
Het verhaal gaat dat dit lot onafwendbaar was, nadat één van de vissers een zeemeermin had opgevist. Haar zeemeerman dook op uit het water en vervloekte Westenschouwen met deze woorden: "Westenschouwen, 't zal u rouwen dat ge heeft geroofd mijn vrouwe, Westenschouwen zal vergaan alleen de toren zal blijven staan!"
De gebeurtenis is weinig geloofwaardig: de kerktoren werd in 1845 afgebroken en Westenschouwen bestaat nog steeds.
Zie je de hoge trap over de duinen? Die voert je naar het strand. Ga daar naar boven en geniet van het uitzicht.
Strand Westenschouwen: het verhaal van de 'Bore VI
Wat een prachtig uitzicht hè? Dat is de schoonheid van de natuur en de grootsheid van de ruimte. Diezelfde ruimte maakt klein en angstig bij de verpletterende kracht van storm en water. Ik neem je mee terug in de tijd.
Het Finse schip ‘Bore VI’ loopt in de vliegende storm op zaterdagavond 31 januari 1953 vast op het strand van Westenschouwen en slaat tegen de duinen. Omdat het schip hoog tegen de duinen ligt, slagen enkele inwoners van Burgh er in om de bemanning veilig van boord te halen. Op maandagmorgen, na de ontzettende Rampnacht, blijkt de stranding van de 'Bore VI' een geluk bij een ongeluk. Er is namelijk een radiozender aan boord waarmee verbinding wordt gemaakt met de rest van het land. Zo kan de hulpverlening op gang komen. Een sloep wordt van het schip gehaald voor reddingswerk.
Wil je meer weten? Lees dan in het boek “Watersnood” van Kees Slager, hoofdstuk “Burgh en Burghsluis”, blz. 180/181.
Strand Westenschouwen: zicht op de pijlerdam
We maken nu een sprong in de tijd, van 1953 naar 1986. Toen werd het machtige bouwwerk dat je links ziet liggen geopend: de Oosterscheldekering. Deze kering is met 12 andere keringen, dammen en sluizen één van de Deltawerken, die samen het grootste verdedigingssysteem tegen hoogwater vormen in Nederland. De Deltawerken zijn in 2013 uitgeroepen tot het meest prestigieuze waterbouwproject ter wereld.
De Oosterscheldekering is het grootste Deltawerk, met een lengte van 9 kilometer, waarvan 3 kilometer afsluitbaar. De kering bestaat uit 65 kolossale pijlers. De bouw van de kering duurde 10 jaar. De bouw van één pijler duurde al anderhalf jaar. Het hefschip Ostrea (Latijns voor 'oester') voer de pijlers - per stuk 18.000.000 kilo zwaar - één voor één naar hun bestemming.
Als je ook de aanleg van de werkeilanden meetelt, kom je op een totale bouwperiode van maar liefst 19 jaar (1967-1986). De bekendste werkeilanden zijn Roggenplaat en Neeltje Jans.
Terug op de parkeerplaats; tijd om op de fiets te stappen
Het wordt tijd om op je fiets te stappen en de Oosterscheldekering van dichtbij te gaan bekijken. Dan vertel ik daarna nog kort iets over de strijd die aan de bouw voorafging.
Je fietst heen en weer: rondfietsen zou betekenen een tocht om en over de Oosteschelde van ca. 60 km. Dat gaat misschien iets te ver voor nu. Voor de actieve fietser of autobezitter overigens een aanrader!
Ir. J.W. Topshuis: zenuwcentrum van de kering
Het grote betonnen gebouw dat je ziet, is het het ir. J.W. Topshuis. Het Topshuis is het zenuwcentrum van de kering. Vanuit dit gebouw worden de schuiven van de kering bediend.
De 62 schuiven gaan gemiddeld één keer per jaar dicht, bij een voorspelling van een waterstand van 3 meter boven NAP. Het duurt 82 minuten tot ze allemaal dicht zijn
Het gebouw is genoemd naar dhr. Hans Tops, directeur-generaal van Rijkswaterstaat van 1974 tot zijn overlijden in 1981.
Deltapark Neeltje Jans
Je bent nu op het voormalige werkeiland Neeltje Jans, waar nu het gelijknamige Deltapark is gevestigd. Met attracties, exposities, films en de bezichtiging van de kering heeft dit park zowel een toeristische als educatieve functie.
Vanuit het Deltapark kan ook een bezoek gebracht worden aan één van de pijlers, waar je de Oosterscheldekering van dichtbij kunt bekijken.
Hongerig? Proef Zeeland!
Inmiddels trek gekregen? Proef de zilte smaak van Zeeland bij ‘Proef Zeeland - Neeltje Jans Mosselen’, waar je van allerlei visproducten kunt genieten.
Kering in of van de Oosterschelde?
Dit bijzondere gebied kent een bewogen voorgeschiedenis. Hadden destijds de politici, bestuurders en Rijkswaterstaat hun zin gekregen, dan was de open kering in de huidige vorm er niet gekomen. Dan was de Oosterschelde nu afgesloten van de Noordzee.
Vanuit de samenleving kwam echter fel verzet. Vooral de Actiegroep 'Oosterschelde Open' uit Yerseke lag dwars. De spanning in politiek Den Haag was te snijden en leidde halverwege de zeventiger jaren bijna tot een kabinetscrisis. Vissers, watersporters en milieuactivisten vonden elkaar in een even bijzonder als uitzonderlijk bondgenootschap. In 1976 kwam het tot een afsluitingscompromis met de overheid en Rijkswaterstaat.
Nieuwsgierig geworden naar de totstandkoming van de kering? Lees dan het boek De slag om de Oosterschelde van Paul de Schipper.
Op 4 oktober 1986 kon de Oosterscheldekering eindelijk worden geopend. Koningin Beatrix sprak de historische woorden: "De stormvloedkering is gesloten. De Deltawerken zijn voltooid. Zeeland is veilig."
Zeeland werkelijk veilig? Dat is geen vanzelfsprekendheid.
In 2013 schreven enkele experts een brandbrief aan Rijkswaterstaat. Volgens hen is door het uitblijven van bestortingen sinds 2000 de stabiliteit van de Noord-Bevelandse oever van de kering direct in gevaar geweest. ,,Men liep langs de rand van de afgrond.’’ Nadat de deskundigen aan de bel hadden getrokken, heeft Rijkswaterstaat enkele noodbestortingen laten uitvoeren.
Dit bewijst dat veiligheid in de Zuidwestelijke Delta geen gegeven is, maar een voortdurende inspanning vereist.
Burghsluis
De route gaat van het binnendijkse naar het buitendijkse fietspad. Je kijkt uit en denkt na over de Oosterschelde. Fijn dat-ie opengebleven is.
Toch is er een maar. De getijdenwerking is beperkt in vergelijking tot vroeger. De Oosterschelde krijgt zandhonger. De zandplaten worden kleiner en dreigen te verdwijnen; die kunnen vogels niet missen. Inmiddels zijn plannen tot zandsuppletie in ontwikkeling en op sommige plaatsen al in uitvoering.
Veel eerder is al het verlies van natuurwaarden uit de Oosterschelde onderkend. Daarom is binnendijks aan de zuidkust van Schouwen een enorm natuurgebied, 'plan Tureluur', aangelegd. Een eldorado voor vogels en mensen.
Benieuwd hoe het Burghsluis verging in de Rampnacht van '53? Dat vertel ik je later nog.
Stop bij de haven van Burghsluis even bij het merkwaardige rode gebouwtje naast het terras van ’t Oliegeultje. Dat is de oude kop van een Schouwse vuurtoren (stond voorheen afgebeeld op briefjes van 250 gulden).
Een mooie plek, misschien zie je bruinvissen voorbij zwemmen of zeehonden uitrusten op de Roggenplaat. Net niet scherp genoeg om het zeker te weten? Vraag in ’t Oliegeultje om een verrekijker.
Verdronken en gekrompen dorpen
De Plompe Toren die je voor je ziet, is het enige restant van het vroegere dorp Koudekerke. De toren is nu een uitkijkmonument van Natuurmonumenten. Beklim de toren om meer te weten te komen over het verhaal van Koudekerke. Ook vind je er informatie over de natuur in de omgeving.
Op de foto zie je hoe er na de Ramp hard aan het herstel van de dijken werd gewerkt.
Deze plek herinnert aan een aloude en constante strijd met het water, die zich afspeelde in de hele Zuidwestelijke Delta.
Rond 1550 begon de Oosterschelde noordwaarts op te rukken en vrat de zeearm het Zuidland van Schouwen weg. Ook Koudekerke moest worden prijsgegeven aan de golven. De kerk werd gesloopt in 1583. De toren bleef in gebruik als een baken voor de scheepvaart.
Aan de Schouwse zuidkust zijn in de 15de, 16de en 17de eeuw 11 dorpen verdronken: Westenschouwen, Clauskinderen, Westkerke, Oudkerke, Sint Jacobskerke, Brieskerke, Koudekerke, Zuidkerke, Rengerskerke, Simonskerke en Borrendamme. In heel Zeeland zijn er maar liefst 117 dorpen en steden verzwolgen door het water.
De Plompe Toren staat symbool voor al dit leed, maar ook voor de veerkracht van mensen, die steeds weer manieren vinden om te (over-)leven met het water.
Stichting Landschapsbeheer Zeeland werkt momenteel aan het zichtbaar maken van de verdronken en gekrompen dorpen op Schouwen-Duiveland. De SLZ plaatst in 2017 op verschillende plaatsen 'doorkijkborden' waarmee de dorpen in beeld worden gebracht.
Wil je meer weten over verdronken en gekrompen dorpen in Zeeland? Lees dan het boek 'Sluimerend in slik' van archeoloog Jan Kuipers. Meer informatie is ook te vinden op de website van Zeeuwse Ankers.
Als de dijk breekt
Dit gebied is plaatselijk bekend als 'de Schelphoek'. Je staat nu voor een caisson; even verderop zie je er nog twee in het water liggen. Daarnaast is een vogeleiland aangelegd.
Je kijkt nu naar het stroomgat in de oude zeedijk. Die dijk vormde voor de doorbraak de hoofdroute van Zierikzee naar Haamstede.
Tijdens de Rampnacht van 1 februari 1953 ontstond op deze plek in een mum van tijd een gat van 30 à 40 meter in de dijk. Na verloop van tijd was het stroomgat wel 525 meter breed. Stel je eens voor: elke dag stroomde een kolkende watermassa twee keer de enorme polder van Schouwen in en weer uit. (Voor een overzicht van alle stroomgaten in het Rampgebied, zie Atlas van de Watersnood van Koos Hage.)
Pas op 18 augustus 1953, meer dan een half jaar na de Ramp, werd een begin gemaakt met het dichten van het stroomgat.
Overgebleven caissons uit de Tweede Wereldoorlog, die niet waren gebruikt voor de tijdelijke havens bij de landing in Normandië, werden vanuit Engeland overgevaren en afgezonken om stroomgaten te dichten.
De eerste bij de veerhaven van Kruiningen op Zuid-Beveland, vervolgens hier in de Schelphoek en als laatste de vier bij Ouwerkerk, waarin nu het Watersnoodmuseum is gehuisvest.
Drama in de Schelphoek
In de Schelphoek speelde zich tijdens de Ramp een afschuwelijk drama af. Lenie Ike-Verboom, dochter van cafébaas en havenmeester Kees Verboom, maakte het allemaal mee als 14-jarig meisje en vertelt erover in een ontroerend videoverslag.
Van het gezin Verboom overleefden alleen Lenie en haar oudere zus Pietje de Watersnoodramp.
Het volledige verhaal, over wat hier in de Schelphoek gebeurde op 1 februari 1953 en daarna, lees je in het boek De Ramp. Een reconstructie van watersnood van 1953. van Kees Slager.
Dijkweg 1a: venster van verdriet
Bij aankomst op de ring van Serooskerke zie je links de woning Dorpsplein 10.
Ben Hoexum, vrijwilliger bij het Watersnoodmuseum, weet te vertellen dat dit huis in 1953 bewoond werd door de hoofdmeester van de lagere school. Zoals je ziet, ligt de woning iets hoger dan de overige bebouwing. Vanuit zijn huis zag meester Stoel lichamen van slachtoffers voorbij drijven. Toen hij iets beter keek, herkende hij enkele van zijn leerlingen.
Hun namen komen voor tussen de 15 namen op het herinneringsmonument voor de kerk.
Inkijk in de Bootspolder
Aan het begin van de bebouwing aan de Nieuwe Havenweg in Burghsluis zie je rechts de Bootspolder, nu een beschermd natuurgebied.
In dit poldertje stonden in 1953 13 arbeidershuisjes. Omdat het zo klein was - 4 hectare - liep het razendsnel vol. ’s Nachts om half 4 werd er op deuren en vensters gebonkt van het nog niets vermoedende slapende buurtschap.
Paardenknecht Martien Hart bedacht dat hij zijn laarzen moest halen van de boerderij waar hij werkte, een hofstee in een polder verderop. Dat lukte hem wonderwel. Andere mensen die zich nog wisten te redden, konden op de trap het stijgende water nauwelijks voor blijven. Veel bewoners moesten uiteindelijk het dak op vluchten.
Tien inwoners van Burghsluis kwamen die nacht om. De tien doden werden met een vlot geborgen en over de Meeldijk, waarop je straks fietst, naar Burgh gebracht.
Herinneren en stilstaan
Je staat nu op de hoogte in het landschap waar vroeger het kasteel stond waaraan Burgh haar naam te danken heeft.
Op deze oude plek komen herinneringen samen en vermenigvuldigen de gedachten. Zeker bij het monument op de begraafplaats, opgericht ter herinnering aan de tien mensen die het leven lieten in de Bootspolder, tijdens die vreselijke nacht in 1953.
De hele wereld helpt
Aan het Duinwegje zie je 5 karakteristieke, houten huizen staan. Dit zijn geschenkwoningen, geschonken door de Noren na de Ramp in '53. Ze dragen de namen van Noorse steden zoals Tromsö, Oslo, Hammerfest, Stavanger en Bergen.
Van over de hele wereld werd na de watersnoodramp van '53 hulp aangeboden. Behalve Noorwegen schonken ook Oostenrijk, Finland, Zweden en Denemarken woningen aan de getroffen gebieden. Een reconstructie van één van de woningen vind je in het Watersnoodmuseum.
Eindpunt: parkeerplaats Westenschouwen
Je arriveert weer op het beginpunt.
De route bestond uit historisch beeldmateriaal en vooral uit verhalen, steeds gekoppeld aan fysieke locaties. Verhalen over de altijd durende strijd tegen het water, maar ook over het leven mét het water en met de natuur. Dat ligt hier dicht bij elkaar.
Hartelijk dank voor het gebruiken van onze routes. Wil je meer weten over de Ramp of de Deltawerken? Bezoek dan het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk, kijk rond in de webshop of volg nog zo'n route bij één van de andere Deltawerken!