1: Startpunt, de Markt in Brouwershaven
Welkom op deze route. Je fietst door een gebied dat aan de noordrand lag van de grote overstroming als gevolg van dijkdoorbraken aan de zuidkust van Schouwen. We hebben dankbaar gebruikgemaakt van informatie uit publicaties van Kees Slager over de watersnoodramp en van 'Een wandeling terug' van Marian Gaanderse en Neeltje van der Linde
Je begint op de Markt in Brouwershaven.
Het is een klein wonder dat er in Brouwershaven zo weinig slachtoffers vielen; er was geen algemene alarmering. Dankzij waarschuwingen van buren en anderen, wist vrijwel iedereen tijdig naar zijn zolderverdieping of andere hoge plaats te vluchten. Eenn vrouw en twee kinderen werden tijdens hun vlucht verrast door de hevige stroom en overleefden de ramp niet.
2: Haven en vluchtelingen
Op die zondagmorgen 1 februari stond bij eb het centrum al weer droog. Een groot probleem werd het drinkwater. Regenbakken waren volgelopen met zout water en de waterleiding was kapot. Het probleem werd nijpender door de komst van vluchtelingen uit de ondergelopen polders in de omgeving. Veel boeren brachten hun koeien en paarden mee, waardoor er wel volop melk was, maar de beesten moesten wel drinken.
Schippers in de haven kregen bevel te blijven en hun schepen beschikbaar te houden voor het vervoer van vluchtelingen. Roeiboten werden gevorderd. Een vrachtwagen bracht ze over de nog gave dijken naar de ondergelopen polder Dreischor. Daar haalden de roeiers de mensen van de daken.
3: Dropping zandzakken, rubberboten, lieslaarzen en voedsel
De nieuwe vloed op zondagmiddag voor een hoog waterpeil in de grote polder Schouwen. Hierdoor liep het water over de binnendijk in de Zuidernieuwlandpolder. Nog voor het avond was, stond ook deze de polder vol en lag Brouwershaven middenin een zee van water.
Op de dinsdag 3 februari dropten vliegtuigen op droge plekken zandzakken, rubberboten, lieslaarzen en voedsel. In het begin ging er wel eens iets fout met de droppings. Zo ook in Brouwershaven, waar met koeienletters de tekst ‘Zend water!’ op het dek van een binnenschip was gekalkt. Daar gaf men gehoor aan en uit een vliegtuig werden vaten met drinkwater gegooid. Ze vielen stuk voor stuk te pletter, omdat men niet op het idee was gekomen om ze aan een parachute te hangen.
4: Gedwongen evacuatie
Op Schouwen-Duiveland was, in afwijking van de rest van het rampgebied, de evacuatie een taak van de regering. Regeringscommissaris Franken pakte het rigoureus aan en besloot alle vrouwen en kinderen te verschepen. Ook in de zogenoemde ‘droge corridor’ Brouwershaven, Zonnemaire en Noordgouwe. Een beperkt aantal mannen mocht blijven mits ze aan de dijken zouden gaan werken. Een storm van protest stak op. Uiteindelijk legden de gemeenteraden van Zonnemaire en Brouwershaven zich neer bij wat ze zagen als een ‘Haags dictaat’ en werden de meeste inwoners ingescheept en vervoerd naar Dordrecht en Rotterdam. Een van de argumenten voor de evacuatie was het risico van een besmettelijke ziekte. Overal lagen en dreven immers nog kadavers.
5: Den Osse
Je fietst langs de Grevelingen en passeert buurtschap Den Osse. Een werkman van de gemeente fietste op de rampzondag bij verschillende mensen langs om te zeggen dat de dijk hier was doorgebroken en of ze maar wilden komen helpen. Gelukkig bleek later dat de dijk niet kapot was, maar alleen aan het afkalven was.
6: Langedijk
Op deze tocht bovenop en onderlangs de dijk en straks op de route van de Brouwersdam naar Renesse fiets je in het gebied waar in 1953 veel wrakhout, planken, balken, kadavers en ander aangespoeld spul terecht kwam. De sterke stroming en het getij lieten ook na de rampnacht nog boerderijen, woningen en andere gebouwen instorten. En alles spoelde van de doorgebroken zuidkust naar de noordkant van het eiland waar na elk hoog water getracht werd de troep op te ruimen.
7: Herinneringen uit Scharendijke
Enkele herinneringen uit Scharendijke:
“Wat daar een paar dappere dorpsgenoten hebben gepresteerd in die nacht, terwijl de meesten van ons nog sliepen, is helaas veel te weinig bekend. Zij hebben een dijkdoorbraak voorkomen, die ons fataal zou zijn geworden.”
“Op zaterdagavond 31 januari gingen mijn vriendin uit Zierikzee en ik naar Nieuwerkerk, naar een uitvoering van de mandolineclub met een toneelstuk. In dat stuk ging het over een meisje dat door een dakraam moest vluchten. Later hoorden we dat het meisje dat het speelde ook werkelijk door het raam heeft moeten vluchten!”
“Ik heb de brandende kachel zo opgepakt en naar boven gebracht.”
“We werden ingezet bij het vervoer van inwoners naar Haamstede. Eén van mijn laatste ‘vrachtjes’ was de dochter van de bakker aan het eind van de Dorpsstraat. Zij was ziekelijk en kon niet van haar bed af, zodoende is zij met bed en al naar Haamstede gebracht.”
8: Veestapel
Tijdens de ramp verdronken er 20.000 koeien, bijna 2.000 paarden, 12.000 varkens, 3.000 schapen en geiten en tienduizenden kippen, ganzen, konijnen, honden en katten. Een dierenarts op Goeree-Overflakkee: “Het was onzin om te proberen koeien of paarden te redden in die rampnacht. [...] Die beesten raakten totaal in paniek en wilden meteen terug hun warme stal in. Zo zijn er die nacht talrijke mensen in de deuropening van de stal doodgewoon verpletterd door hun eigen koeien of paarden”.
Uit Scharendijke komt het verhaal van Bläsz: “Bläsz was een hondje, een geboren koeiendrijvertje, dat precies wist wat zijn taak was. Als zijn baasje floot, dan kon hij op eigen houtje de koeien uit de wei halen en naar de stal drijven. De koeien waren die zondag niet uit de stal te krijgen. Bläsz was met zijn baas vertrokken naar Burgh. De volgende dag ging zijn baas terug om te kijken naar het vee. Verdwaasd en versuft stonden ze in het water. Niets hielp om hen op de dijk te lokken. Toen besefte Bläsz wat hij moest doen, sprong het water in en was urenlang bezig. Al blaffend en bijtend in staart en poten kon hij de beesten aansporen om stappen richting dijk te zetten. In totaal had hij die dag 345 koeien gered en hij werd de volgende dag weer ingezet. Mager geworden van dit zware werk, kon hij opknappen bij de burgemeester in Burgh. Dit reddingswerk was snel wereldwijd bekend en Bläsz werd beloond met de Honor Award Oscar van 1953, de hoogste onderscheiding voor een hond, die op een bepaalde manier iets groots had verricht”.
9: Brouwersdam 1
Na Scharendijke arriveer je al snel op de Brouwersdam, een van de dertien Deltawerken en na de Oosterscheldekering het grootste Deltawerk. De Brouwersdam is tussen 1962 en 1971 aangelegd en verbindt Goeree-Overflakkee met Schouwen-Duiveland, de N57 loopt er overheen. De dam is 12 meter hoog, 6,5 kilometer lang en scheidt de Noordzee van het Grevelingenmeer, het grootste zoutwatermeer van West-Europa (11.000 ha). Het te overbruggen gat was op sommige plekken 30 meter diep. Daarom legde Rijkswaterstaat in het midden een werkeiland aan en net als bij de Grevelingendam gebruikte men een kabelbaan om de betonnen blokken te storten. Er zijn (omstreden) plannen om van de oude werkhaven een luxe resort - Brouwerseiland genaamd - te maken.
Bij het ontwerp van de dam keek Rijkswaterstaat voor het eerst ook naar recreatieve mogelijkheden en naar een zo goed mogelijke inpassing in het landschap. Tegenwoordig is de Brouwersdam onder meer een hotspot voor (kite)surfers en andere snelle strand- en watersporten. Op het werkeiland ligt sinds de jaren tachtig het vakantiepark Port Zélande en een grote jachthaven.
10: Brouwersdam 2
Voor Port Zélande steek je de dam over via de voetgangers- en fietsersbrug en doemt de Noordzee voor je op. Er stuift veel zand op de N57. Het is een enorm karwei om deze route zandvrij te houden. Bij de kust spuit Rijkswaterstaat juist extra zand op, zodat de golven de dam niet beschadigen. Je ziet dat de geasfalteerde strook twee keer een uitstulping naar de Noordzee maakt. Eerst een kleinere, dan een grotere. Dit zijn de plekken waar elk jaar het zeer populaire Concert At Sea wordt gehouden met ’s avonds de ondergaande zon op de Noordzee als achtergrond. Aan je linkerhand passeer je de Brouwerssluis. Na de sluiting stond het water in de Grevelingen van de ene op de andere dag stil. Dit maakte het water brak, waardoor verschillende planten- en diersoorten uit het gebied verdwenen. Om de natuur te herstellen, opende Rijkswaterstaat in 1978 deze sluis. Het water is daardoor weer net zo zout als in de Noordzee. Geleidelijk komen planten en dieren weer terug in het gebied.
Er zijn plannen om in de Brouwersdam een getijdencentrale aan te leggen. Daardoor keren eb en vloed in de Grevelingen terug. De ontwikkeling is goed voor de natuur, maar er kan ook duurzame energie mee worden opgewekt voor 50.000 gezinnen.
11: Evacuatie vee
Na het verlaten van de Brouwersdam fiets je door en langs de duinen. Het vee dat gered was, werd in de drooggebleven duinen bij elkaar gebracht. Vanuit vliegtuigen werden er veekoeken en hooi omlaag gegooid. De koeien werden gemolken tot ze zout water gingen drinken, toen moest men stoppen. Zoute melk is niet te drinken.
Veel dieren belandden bij boeren ergens in het land, die spontaan hun stal als evacuatie-adres beschikbaar stelden. Boeren die niet wisten waar hun vee was gebleven, reisden door het hele land met hun 'vlekkenschetsen'. In die tijd werd van elke jonge koe een vlekkenschets gemaakt om de dieren te onderscheiden en te herkennen. Er werden ook 'herkenningsmarkten' georganiseerd.
Frappant is het verhaal van een boer, die na een zwerftocht in de Noordoostpolder kwam. Daar hadden ze nog drie paarden waarvan de eigenaar niet bekend was. Bij de tweede boer liepen ze pratend de schuur in en meteen begon er ergens een paard te hinniken. "Dat is Emma", zei de boer, "dat hoor ik zo!" En jawel hoor, daar stond ze.
12: Rampweg
Deze weg onderlangs de duinreep heet de Rampweg. Zo'n naam roept vragen op. De weg werd als een soort verhoogde dijkvoet aangelegd door mensen uit de buurt en evacués uit de overstroomde gebieden. De weg moest een verbinding tot stand brengen tussen de drooggebleven westhoek van Schouwen die tjokvol rampvluchtelingen zat, en Zierikzee.
13: Renesse
In Renesse ben je aangekomen in de drooggebleven Westhoek. De hulpverlening was in de eerste dagen chaotisch en met weinig structuur. Een Belgische piloot herinnert zich een vorm van onzinnige hulpverlening: “Eén van de piloten kreeg opdracht om met een lading melkpoeder naar de Kop van Schouwen te vliegen. Maar toen hij met zijn toestel boven Renesse kwam zag hij dat het in dat dorp wemelde van de koeien, die naar de duinstrook waren gebracht. Daar moest hij melkpoeder droppen!”
14: Opvang vluchtelingen
De drie gemeenten in de Kop van Schouwen weigerden het eerdergenoemde evacuatiebevel van de regeringscommissaris uit te voeren. Enkele duizenden vluchtelingen zijn daar terecht gekomen. Vooral Renesse voerde een ruimhartig beleid. Alle zomerhuizen en appartementen werden meteen gevorderd. Een dorp van 800 inwoners bracht 1200 mensen onder dak. En dan op Haags bevel de mensen afvoeren? Niemand zag de noodzaak. Er was voldoende bescherming door de duinen, de waterleiding werkte en er was voldoende eten en drinken. In Den Haag kreeg men al snel in de gaten dat de heer Franken te hard van stapel was gelopen. Het evacuatiebevel werd verzacht tot het aanbod om vrijwillig te evacueren.
Omdat het enorme dijkgat bij de Schelphoek niet snel te dichten was, bleven mensen langer dan gedacht in de zomerhuisjes. En de evacuatie-uitkering voor de eigenaren lag natuurlijk lager dan de commerciële verhuur. Er ontstond gemor. Daarom bouwden de drie gemeenten barakken. Aan het begin van de zomer verhuisden de evacués naar deze noodwoningen.
15: Noodziekenhuis Renesse
Afstapmoment: In het centrum van Renesse vind je volop gezellige en verrassende horecagelegenheden. Hier kun je een pauze inlassen en genieten van een heerlijk kopje koffie of een maaltijd.
Voor de gewonden en zieke evacués werd in Hotel Prummel een noodziekenhuis ingericht. Dat stond op de hoek van de Lange Reke en de Ring waar nu Restaurant Het wapen van Zeeland gevestigd is.
Tip 16: Noorse geschenkwoningen
Vanaf de Ring kun je er voor kiezen van de route af te wijken om langs de Noorse geschenkwoningen te gaan aan de Capelweg.
In de watersnoodramp zijn circa 5.000 woningen verloren gegaan, een grote slag voor de wederopbouw in de na-oorlogse periode. Een deel van deze nood werd opgelost door het plaatsen van geschenkwoningen uit Oostenrijk, Finland, Denemarken, Noorwegen, Zweden en één uit Frankrijk. De Rode Kruisorganisaties uit de Scandinavische landen leverden de meeste woningen. Deze prefab-huizen bestonden uit losse onderdelen die ter plaatse in elkaar konden worden gezet. In het Watersnoodmuseum staat een modelgeschenkwoning.
17: Ellemeet
De trambaan, die 800 meter buiten Ellemeet lag en zo’n halve meter boven het maaiveld uitstak, hield het water in eerste instantie tegen. In het gemeentehuis werden de schrijfmachines en andere spullen op een hoogte van 1.60 m geplaatst, denkend dat ze daar veilig stonden. De zieke burgemeester voelde er niets voor om te vertrekken: "Laat me hier maar liggen, ik lig hier goed".
Pas in de namiddag kwam het water over de trambaan heen. En daarna ging het snel en stond het dorp binnen een ogenblik onder water. Het water klotste rond het bed van de burgemeester. Ja, toen wou hij toch wel mee naar Renesse.
18: Elkerzee
Het fietspad langs de vaart voert door de polders rond de buurtschappen Elkerzee, Looperskapelle en Brijdorpe. De middenstand, maar soms ook de kerk of school, zijn na de ramp verdwenen. In het geval van Elkerzee bijvoorbeeld, werd na de ramp ervoor gekozen om te investeren in het naastgelegen Scharendijke.
De al aangekondigde herverkaveling werd na de ramp versneld uitgevoerd, dat is goed zichtbaar in dit landschap van rechte lijnen. Kleine boeren saneerden of groeiden uit van bijna niets naar 6 of 12 hectare.
19: Looperskapelle
Uit Looperskapelle, links van je route, komt een verhaal van een meisje, dat op 29 januari 1953 10 jaar was geworden: “Nu ons huis weg was en we niet maandenlang bij mijn tante in Burgh konden blijven, wilden we naar De Meern, bij Utrecht gaan. Daar woonde een oudtante van mijn vader. Op 17 februari vertrokken we met kleine groepjes tegelijk. Met een klein roeibootje voeren we naar een grote rondvaartboot, die voor mijn gevoel midden op zee lag. We werden naar Dordrecht gebracht, ontscheept en gingen naar Baarn voor een overnachting. De volgende morgen kregen de kinderen speelgoed van de prinsesjes uit Soestdijk. Ik kreeg een plaspop, een tol en nog meer. Ik was daar heel blij mee, want ik had niets. Zelfs de cadeautjes van mijn 10de verjaardag waren verdronken. Ik had op 5 december een pop met pijpenkrullen gekregen, maar ook die was verdronken. Door de angst voor mijn kleine zusje was ik vergeten de pop mee te nemen. Diezelfde dag werden we met auto’s van de koningin naar De Meern gebracht. Die rit vergeet je niet om met zo’n mooie auto te worden weggebracht. Toen we bij tante aankwamen, waren de emoties groot”.
20: Brijdorpe
In Brijdorpe drong op de rampzondag door dat alles en iedereen weg moest, zowel de beesten als de bewoners. Een boer bracht zijn beesten naar het hoger gelegen kerkhof. De varkens verdronken. Hoe nog de dieren op het kerkhof te bereiken? Met een houten waterbarak werden een dag lang drie pakken stro naar de beesten gebracht. De hele dag bezig voor drie pakken. Tot dinsdag werkte de waterleiding nog en werd via een slang drinkwater bij de beesten gebracht. Later wierp een Amerikaans vliegtuig een rubbertank met drinkwater af. Prachtig om te zien.
21: Delingsdijk
Vanaf Brijdorpe richting Brouwershaven fiets je een stukje recht op de Delingsdijk af. Eerder zag je deze dijk al rechts op het traject tussen Ellemeet en Brijdorpe. De Delingsdijk is 7 kilometer lang en loopt dwars over het vroegere eiland Schouwen. Het is een superzware en brede dijk, ogenschijnlijk doelloos aangelegd midden door de polder. Maar het is een wapen tegen de gulzige zee. Toen in 1953 het eerste gat in de dijk werd geslagen, liep de hele polder Schouwen onder water. Dat nooit meer, besloot het waterschap en deelde met deze dijk de enorme polder in tweeën. In geval van een nieuwe overstroming zou slechts de helft van het eiland volstromen en is er dus altijd een mogelijkheid voor bevoorrading over de weg. Je zou de Delingsdijk ook een deltawerk kunnen noemen.
22: Eindpunt, verdriet en vreugde
In Brouwershaven arriveer je weer op je beginpunt. Langs dijken, dam, duinen, water, bomen en open landschap heb je een gevarieerde natuur ervaren. Allerlei nieuwe verbindingen hebben veel recreatieve mogelijkheden opgeleverd en bieden kansen voor een duurzame toekomst.
In de decennia na de ramp zijn de bewoners van dit gebied razendsnel in een ander levenspatroon terecht gekomen. Het mooie nieuwe is ontstaan en gebouwd op een fundament, waarvoor paradoxaal genoeg de ramp de basis legde.
Het is een cliché, maar verdriet en vreugde liggen vaak in elkaars verlengde.
De route is met veel plezier uitgezet door Ben Hoexum, vrijwilliger bij het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk.