Startpunt: voormalige haven van Sint-Maartensdijk
Je begint de route in Sint-Maartensdijk, op de plaats waar tot vlak na de ramp nog de haven was. Op de Haven zijn voldoende plaatsen om je auto te parkeren.
Sint-Maartensdijk had oorspronkelijk een haven aan de Pluimpot, een geul van de Oosterschelde. Bij de stormramp in 1953 bleek de haven een zwakke plek in de zeewering. De coupure die het zeewater boven aan de Kaaistraat moest keren, bezweek. Met als gevolg dat het zeewater naar het lagere deel van de stadje spoelde. Gelukkig waren er geen mensenlevens te betreuren. De schade was echter groot.
Vier jaar later, in 1957, werd de 3 kilometer lange Pluimpot afgesloten. Vervolgens werd in 1962 de haven gedempt. De voormalige vaargeul tussen Sint-Maartensdijk en de zeedijk is nu natuurgebied De Pluimpot.
Opvallend Reijgersburgh
Dit is de Reijgersburgh, ook bekend als het huis met de ovale ramen; vermoedelijk het enige in zijn soort in Nederland.
Het is ook het ouderlijk huis van Keetie van Oosten-Hage. In de jaren '70 was zij de meest bekende Zeeuwse en nationale wielrenster van ons land. Zij werd onder meer wereldkampioene op de weg in 1968 en 1976.
Controversieel watersnoodmonument
In de bocht vlak voor boerderij Bouwmanslust staat het monument 'De Vis' van kunstenaar Gerrit Bolhuis. Je kunt er een vis, zieltogend liggend op het land, in zien. Of een monster dat op het punt staat om toe te slaan. Daarmee geeft Bolhuis twee kanten van het water - voorspoed en rampspoed - weer.
Het monument was oorspronkelijk bedoeld voor plaatsing in Stavenisse, dat door de ramp zwaar was getroffen. Het ontwerp riep destijds echter bij veel inwoners weerstand op. Zij zagen de watersnoodramp als een straf van God, het beeld als monster paste daar naar hun idee niet bij. Het monument staat daarom langs de Provinciale weg, tussen de plaatsen Sint-Maartensdijk en Stavenisse in.
In het hele rampgebied zijn monumenten opgericht ter herinnering aan de gebeurtenissen van '53. Wil je meer weten over dit onderwerp? Lees het boek 'De monumenten van de Watersnood 1953', geschreven door P. van der Have e.a.
Arbeidershuisjes in de Kerkstraat in Stavenisse
Toen in de buitendijk aan het Scheld, waar je straks langs zult fietsen, een gat van ongeveer 1.800 meter was geslagen had het zeewater vrij spel. De golven stortten zich met donderend geraas de polder in. Niets stond het water meer in de weg tussen het stroomgat en het slapende Stavenisse. De huizen aan de westkant van de Kerkstraat kregen de volle laag. De foto's laten zien dat maar enkele huizen bestand bleken tegen de verwoestende kracht van het water.
Kees Moerland is één van de mannen die met de peilboot van de polder via de Kaai het dorp invoeren om mensen te redden.\n"Het was nog steeds noodweer en er viel niet te roeien tussen alle rotzooi die er ronddreef. We duwden en trokken onszelf vooruit langs de huizen. We zijn eerst naar de Kerkstraat gegaan. Wat een ongekende ravage was het daar! Ons huis stond er nog, al waren de ramen en deuren eruit geslagen. Maar aan de overkant van de straat was alles verdwenen. Al die arbeidershuisjes waren in één klap tegen de vlakte gegaan toen de vloedgolf van de Scheldse dijk zich erop stortte. Aan onze kant stond nog een aantal huizen overeind. De bewoners zaten op de zolders en op de daken. Die hebben we eraf gehaald. Makkelijk was dat niet, want ze moesten meestal door zo'n klein dakraampje. Sommige wat dikke mensen konden er niet door en dan sloegen we eerst met de dreg van de peilboot een gat in het dak."
Een uitgebreid verslag van de gebeurtenissen aan de Kerkstraat in Stavenisse vind je in het boek 'De Ramp. Een reconstructie van de watersnood van 1953' van Kees Slager.
Bressen in de Scheldedijk
Bij helder weer heb je hier een schitterend uitzicht over de Oosterschelde, met aan de overkant Wemeldinge. Iets ten oosten van Wemeldinge ligt de bekende Zeeuwse vissersplaats Yerseke.
Aan je linkerhand zie je de zuidelijke zeedijk. Hier sloeg de storm in de rampnacht van 31 januari op 1 februari 1953, in slechts een half uur tijd, 3 gaten in de dijk over een lengte van ruim 2.000 meter. In een mum van tijd liep de achterliggende polder onder water.
Zes weken na de doorbraak, op 10 maart 1953, hebben ongeveer 800 mannen de dijk met behulp van kleizakken weten te dichten. Daarna hoogden zij de dijk op tot 3 meter boven NAP. Met het dichten van deze dijk was het eiland Tholen weer beschermd tegen het zeewater. De uitwateringssluizen werkten gelukkig nog. Bij laagwater loosden zij het het zeewater dat nog in de polders stond op de Oosterschelde. Op 1 april was het eiland Tholen weer droog.
In Atlas van de Watersnood 1953 van Koos Hage vind je alle informatie over alle stroomgaten in het Rampgebied.
Doorbraken bij de Stavenissepolder
Je kijkt uit over de Oosterschelde, achter je ligt de polder van Stavenisse. Aan de overkant van de vaargeul ligt het dorp Ouwerkerk. Tussen Ouwerkerk en de zeedijk bevinden zich de vier caissons waar het Watersnoodmuseum is gevestigd. Zeker een bezoekje waard!
In de verte kun je de Zeelandbrug zien, die Schouwen-Duiveland met Noord-Beveland verbindt. Nog verder naar het westen - onzichtbaar voor het oog - ligt de Oosterscheldekering, die nu en in de toekomst veiligheid biedt tegen gevaarlijk hoogwater zoals in 1953.
Het opgestuwde zeewater beukte precies op de kop van het eiland tegen de dijk. Grote hoeveelheden water sloegen over de dijk.
Op 1 februari, tussen half vier en vier uur in de ochtend, brak de dijk door. Er vielen twee bressen, die uitgroeiden tot stroomgaten van 265 en 150 meter. De stormvloed denderde met verwoestende kracht de polder in, waar hij een enorme ravage veroorzaakte. In korte tijd stonden Stavenisse en de omliggende polders onder water. Er vielen die nacht alleen al in het dorp Stavenisse 153 slachtoffers.
Bron: Atlas van de Watersnood 1953, door Koos Hage
Drama bij de molen
Je fietst langs de molen en door de coupure. Zoals je misschien al weet, is een coupure een doorgang in een dijk. Bij hoogwater wordt de coupure met zware houten vloedplanken afgesloten. Rechts op de dijk zie je nog zo'n beschermmiddel tegen het water: een Muraltmuurtje. Deze betonnen muurtjes waren een goedkope manier om de dijk te verhogen. Jonkheer ir. De Muralt, hoofd Technische Dienst van het waterschap Schouwen (1903-1913) bedacht deze oplossing na de stormvloed van 1906.
Kees Moerland verbleef, met meer dan twintig andere, tijdens de rampnacht in het huisje van zijn vader op de Molendijk. Hij vertelt:
"Toen het water ging zakken ben ik de Molendijk opgegaan. Ik had een paar lange laarzen en daarmee ben ik het dorp ingegaan. M'n broer is meegegaan en nog een paar mannen die bij vader op de zolder hadden gezeten. Eerst zijn we bezig geweest om een gezin uit het huisje achter de molen te halen. We hebben met aangespoelde deuren en vensters een soort brug over het water gemaakt en zo hebben we ze naar de kant kunnen krijgen. Toen we terugliepen, hoorden we een meisje roepen. Ze lag in het water en we konden er niet bij komen. Iemand probeerde nog met een touw om z'n middel over het wrakhout bij haar te komen. Maar het mislukte. Dat is het afschuwelijkste dat ik heb meegemaakt. Met de lichten van een tractor werd op haar geschenen en ze probeerde tussen dat wrakhout bij de man met het touw te komen. Maar ze haalde het niet. Die rauwe kreten van haar, die vergeet ik nooit meer. En dan die onmacht, dat je haar niet kunt bereiken en dat je haar op den duur niet meer boven water ziet komen."
uit: Atlas van de watersnood 1953, door Koos Hage
Gaten in de havenkade van Stavenisse
Op de kop van de haven zijn nu twee cafés, die tegen de Stoofdijk zijn gebouwd. De havenkade brak hier op twee plaatsen door: bij de coupure naar de Voorstraat en bij de uitwateringssluis, aan de andere kant van de Stoofdijk. Ook in de oostelijke havendijk, aan de overkant van waar je nu staat, vielen verschillende bressen, waardoor de achterliggende Margarethapolder onderliep.
Lees meer over deze dijkdoorbraken in Atlas van de Watersnood 1953 van Koos Hage, blz. 64-65.
Museum 't Watersnoodhuis
Bram Smits, ooggetuige van de watersnoodramp, woonde onderaan de Stoofdijk. In een videoverslag, onderdeel van het Oral History-project van het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk, vertelt hij over de gebeurtenissen van die bewuste nacht in 1953.
Vlakbij de coupure aan de Voorstraat vind je museum 't Watersnoodhuis. In het museum kun je meer te weten komen over de ramp en de gevolgen voor Stavenisse.
Voor openingstijden en andere informatie, ga naar www.watersnoodhuisstavenisse.nl.
Op zolder in Stavenisse
Op een zolder in Stavenisse zit Jo Leune met zijn vader, moeder en een zieke oma, die ze 's nachts nog hebben opgehaald. Opa, de gepensioneerde veldwachter Jacob Stoel, wilde halverwege nog even terug omdat hij zijn portefeuille was vergeten. Daarna hebben ze opa niet meer gezien. “We zijn de hele zondag op de zolder gebleven. We konden ook niet weg, want het water zakte niet verder dan halverwege de trap."
Een paar straten verderop zitten Wim van Prooijen en zijn vrouw Pietje met hun oude vader op zolder. Ze hebben een poosje geprobeerd om met z'n drieën in één ledikant te slapen. “Toen het licht was geworden, zijn we maar uit bed gekomen," vertelt Wim. “Buiten zag je niks dan water en ingestorte huizen, maar mensen zag je niet. Verderop stond de bus en daar zag ik iemand in zitten. Dat bleek de oude veldwachter Stoel te zijn. Die was 's nachts in die bus gevlucht en daarin verdronken.''
Pietje: “Die dag hebben we heel luxe gegeten, want op zolder stond een koffertje gereed dat ik zondag mee zou nemen naar de verjaardag van mijn zus. Daar zaten een pakje thee en een pak koffie in en een cake die ik gebakken had. Plus een pakje roomboter.” Wim: “Ik had 's nachts ook nog weckflessen met groente mee naar boven genomen en een schaal eieren. En er was een butagasstel. Dus konden we 's middags een diner van doperwtjes met gekookte eieren klaarmaken.”
Uit: De Ramp van Kees Slager
Het massagraf op de begraafplaats
Bram Smits vertelt: "Er kwamen al in '54-'55 bezoekers, toeristen die zeiden: 'Er is niets meer te zien van de ramp!' Dan moet je eens meekomen naar het massagraf. Daar heb ik veel mensen laten kijken en naar toegestuurd. Het kerkhof stond onder water. Er zijn zelfs kisten uit het graf gespoeld. Er was iemand een week voor de ramp begraven, er lag nog maar weinig grond op het graf. Die is met kist en al weggespoeld tot onder Sint-Annaland."
"Na de ramp zijn er veel mensen op Sint-Annaland begraven, maar de eerste allemaal in Bergen op Zoom en ook enkele in Tholen en Sint-Maartensdijk. Er is al gauw een wens gekomen om ze te herbegraven. Oorspronkelijk waren het er 153, later zijn het er 156 geworden. Dat staat in het Monumentenboek. De provincie heeft er goedkeuring aan gegeven, dat ze herbegraven zouden worden. Daar heb ik nog aan geholpen met alle mannen. Ik zou het nooit meer doen, hoor! Ik heb op Sint-Annaland mensen helpen opgraven. Dat is verschrikkelijk geweest, want er waren toen geen solide kisten, maar van triplex en zo. Er waren mensen, die wisten we niet uit 't graf te krijgen. Verschrikkelijk! Maar goed, 't is gebeurd! Hier mochten alle mannen die wilden bij helpen. Wie wilde, kon zich opgeven; er zijn er veel geweest. Ik was met een vriend van me, die wist wie er begraven lagen. Hij zei: 'Weet je wie we nu opgraven? Je tante Pie!' Dat was de vrouw van die oom op de Stoofdijk. Met hun dochter. Hij wist dat, ik niet!"
Noorse geschenkwoningen
Na de watersnoodramp van 1953 schonken diverse landen houten woningen aan Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. De Noorse koning Haakon stelde 326 prefabwoningen beschikbaar. Hij liet de woningen als bouwpakket naar Nederland verschepen. Negentien ervan werden in Stavenisse opgebouwd.
De straat met geschenkwoningen waar je nu fietst, is als eerbetoon vernoemd naar koning Haakon. Een aantal is nog in originele staat, maar in de loop van de jaren zijn er ook huizen aangepast aan de huidige normen. Eén van de geschenkwoningen kun je - volledig ingericht in de stijl van de jaren '50 - bezichtigen bij streekmuseum De Meestoof in Sint-Annaland.
Bram Smits vertelt verder
Bram Smits, toen 24 jaar, vertelt over de gebeurtenissen op deze plek:
"Ik stapte de Stoofdijk op en zo struikel ik ondersteboven. Dat waren sta-stenen. Van die grote ouderwetse vierkante klinkers, die waren uitgespoeld. Daar lag ik op mijn knieën erin. En ik kwam overeind en daar voel ik opeens iemand op mijn schouder. 'Bram, heb je mijn vrouw en mijn Jo, mijn dochter niet gezien?' Het was een oom van me. En meer vroeg hij niet. En daar flitste het door me heen: 'Dan zijn ze verdronken!' Dat bleek later ook waar te zijn. Die oom is verder gaan zoeken, die woonde hier in de polder. Hij had zelf zijn paarden losgesneden, was erop gaan zitten en was met een stel paarden de weg naar de dijk opgegaan. Hij had tegen zijn vrouw en dochter gezegd: 'Zie op de Stoofdijk te komen'. "Dat hebben ze ook gedaan, maar ze zijn er nooit gekomen. Ze zijn blijkbaar door de vloed gegrepen. ''
"Er stond op de Stoofdijk een groepje mensen in de luwte, die zeiden: 'Heel de Knolsedijk is weggespoeld. En we hebben daar zoveel mensen horen schreeuwen, en die zijn allemaal verdronken.' En een man die zei: 'Ik heb 't nog gezien ook.' De molenaar, Bram van der Slikke, was nog met zijn auto rondgekomen en die stond met zijn autolichten op de driesprong Stoofdijk, Knolsedijk en Buurtweg te schijnen en die zagen de huizen instorten. De mensen hielden zich aan de dakspanten vast. Daar zijn 42 mensen verdronken, hier aan de rand van de polder. 42 Mensen, alleen hier!"
De Nol weer dicht
Je bent nu bij de Grote Nol, een strekdam aan de dijk tussen Stavenisse en Sint Annaland. Tussen vier en vijf uur in de rampnacht bezweek op deze plaats de zeedijk en stroomde het water door een 55 meter breed gat de polder in. Met de tweede vloed, op zondagmiddag, steeg het water tot bijna 3 meter boven NAP.
Al op 17 februari werd een begin gemaakt met de sluiting van de Nol; maar liefst 1.200 man ging aan de slag, onder wie veel militairen. Het ging bepaald niet zonder slag of stoot, maar uiteindelijk lukte de sluiting op 20 februari. Op 1 april stond de polder weer droog.
Geschenkwoning bij streekmuseum 'De Meestoof
Je fietst via de Molendijk richting streekmuseum 'De Meestoof'. Hier werd vroeger de meekrapwortel verwerkt tot de bekende en gelijknamige rode verfstof. Op het terrein kun je een originele geschenkwoning bezichtigen, die volledig in jaren '50-stijl is ingericht.
Meer informatie over museum en openingstijden vind je op www.demeestoof.nl.
Vloedplank slaat weg in Sint-Annaland
In Sint-Annaland kun je op het Havenplein even pauzeren bij één van de cafés. Op deze plek was in 1953 een coupure. En net als in veel andere plaatsen in het rampgebied kon ook deze vloedplank het water niet tegenhouden. Toenmalig brandweercommandant A. Burgers vertelt: "Midden in de nacht werd de klok geluid, omdat het water zo hoog kwam. De brandweer moest ook helpen, dus ging ik naar het dorp. Het was er een chaos. Niemand had er eigenlijk de leiding, iedereen deed maar wat. Bovenaan de Voorstraat stond dijkbaas Jagt in de deuropening van het café. 'We redden het nooit', zei hij. Toen begon het water al onder de vloedplank door te stromen. Er was maar één dikke, zware plank. Hij was vastgezet tussen een paar palen, waar weer grond tussen gestort werd. De straat was hier zo hoog, dat het zelden of nooit nodig was om die plank ertussen te zetten. Maar die nacht kwam het water eroverheen! Opeens zei Jagt: 'Daar gaat ie!'. En jawel, daar kwam eerst het water eronderdoor en toen spoelden de stenen uit de straat. Even later sloeg de hele plank gewoon uit de sponningen en door de sterke stroom werden de straatstenen meegenomen. Ook een auto die daar nog stond werd meegesleurd en even later lag die beneden aan de straat bij de Ring."
"Zondagmiddag zijn we met een sloep achterop een vrachtauto in de richting van Stavenisse gereden. In de ondergelopen Anna Vosdijkpolder zaten nog veel mensen op de zolder van hun huis. Maar al gauw reden we door het water, zelfs op de dijk. De chauffeur was bang dat ie in een gat zou rijden. Ik heb toen een touw om mijn middel gebonden en ben vóór de auto uit gaan lopen en met een stok voelde ik of het wegdek nog goed was. De auto is toch een paar keer moeten uitwijken en is in de berm weggezakt. De boot werd van de wagen gehaald en verder door het water langs de dijk getrokken naar plekken waar nog mensen zaten. Zo werden die zondag nog verscheidene mensen van de zolders en daken van hun huis gehaald en in veiligheid gebracht."
Lees het volledige verhaal in Atlas van de watersnood 1953 van Koos Hage.
Berg bij Westkerke
Bij het gehucht Westkerke ligt de 'Westkerkse Berg'. Deze vliedberg heeft archeologische waarde en is een Rijksmonument. Ook het terrein eromheen is beschermd gebied. Dit is de enige overgebleven vliedberg van de ongeveer 12 stuks die Tholen ooit rijk was.
De oorsprong van de vliedberg gaat terug tot de periode 900-1200 na Christus. De Westkerkse Berg is 7,5 meter hoog, heeft een doorsnede van 35 meter en was eens omgeven door een gracht. De berg is in drie fasen opgeworpen. De onderste laag zal hebben gediend als vluchtheuvel bij hoogwater op de toen nog onbedijkte schorren. De tweede verhoging houdt verband met een functie als kasteelberg. In deze verhoging zijn houtskoolresten uit circa 1025 gevonden. Op het bergje heeft vermoedelijk een eenvoudige houten versterking (motte) gestaan. Op de derde verhoging zijn resten baksteen gevonden die waarschijnlijk afkomstig zijn van een stenen toren. Verder is er in de vliedberg Pingsdorf aardewerk uit het begin van 12de eeuw gevonden, te herkennen aan rode verfstrepen.
Westkerke is gesticht als een heerlijkheid voor het geslacht Westkerke. Deze familie bezat bij de vliedberg een kerk en een burcht Deze burcht, het Hooge Huys, is voor het eerst beschreven aan het begin van de 13de eeuw. In de 17de eeuw werd dit Hooge Huys gesloopt, alleen de heuvel bleef over. Zowel de kasteelberg als het voorterrein met het Hooge Huys was door een gracht omgeven. Als je goed kijkt, kun je de contouren nog vaag op de grond zien.\nHet dorp Westkerke, nu buurtschap, ontstond aan een dam in een geul. De loop van deze geul is deels nog te zien tussen de Molenweg en de Platteweg. Tot de samenvoeging in 1816 van de gemeenten Scherpenisse en Westkerke was de geul de gemeentegrens.
Onderwaterleven bij Gorishoek
Het laatste stuk van de fietstocht rijd je bovenop de zeedijk. Je komt bij Gorishoek, waar je opnieuw een mooi uitzicht hebt over de Oosterschelde. Vanuit Gorishoek vaart in juli en augustus een pontje naar Wemeldinge of Yerseke. Op de oude kaart kun je zien dat die veerverbinding al eeuwenlang (met tussenpozen) bestaat. Al in 1351 werd het 'Veer van Yersekendamme op Gorishoek' genoemd in een besluit van Graaf Willem V van Holland en Zeeland.
Yersekendamme bestaat nu niet meer; het is één van de maar liefst 117 verdronken dorpen en steden in het deltagebied. Even verderop, bij de Oesterdam, lag Reimerswaal, één van de bekendste verdronken plaatsen.
Bij Gorishoek zijn twee bekende duikplaatsen te vinden: De Punt en De Blokken. Beide duiklocaties laten goed zien dat de samenstelling van de bodem bepaalt welke flora en fauna zich er nestelt. Ondanks dat deze duikplaatsen ver verwijderd zijn van de monding van de Noordzee is de begroeiing uitbundig. De naam 'De Blokken' staat voor de enorme veenblokken die zich op deze duikplaats bevinden. Hier zijn de baksteenanemoontjes zo overheersend dat de veenblokken er op sommige plaatsen helemaal oranje uitzien. De Punt is de golfbreker tegenover het restaurant de Zeester. Deze duikplaats is erg geliefd bij Belgische duikers. De stenen zijn hier in het voorjaar vooral begroeid met hydroidpoliepen (neteldiertjes) en brokkelsterren. Er zijn ook waarnemingen bekend van lipvissen en zeebaarzen.
Van watergeul tot natuurgebied De Pluimpot
De Pluimpot is een vrij klein natuurgebied met een grote geschiedenis. Voorheen was het eiland Tholen niets anders dan een verzameling losse eilandjes met daartussen kleine en grote geulen. De geulen werden in de middeleeuwen bedijkt om land te winnen. Eén van de grootste geulen was de Pluimpot. Zoals je op de kaart ziet, sneed deze geul het eiland Tholen in tweeën. In 1556 werd de Pluimpot op twee plaatsen afgedamd. Daarna waren via de Pluimpot alleen Sint Maartensdijk en Scherpenisse nog bereikbaar voor de schepen vanaf de Oosterschelde.
De naam 'de Pluimpot' heeft zijn oorsprong in het verre verleden. Het woord 'Potje' werd vroeger gebruikt om een geul of diepte, omgeven door hoger gelegen delen van de zeebodem, aan te duiden. Je ziet dat ook op andere plaatsen terug, zoals 'de Roompot' in de Oosterschelde en 'Kijk in de Pot' in Bergen op Zoom.
Na de rampzalige gebeurtenissen in 1953 werd de Pluimpot als een zwakke schakel in de strijd tegen het water beschouwd. Daarom besloot men in 1957 de Pluimpot volledig af te sluiten. Hiermee begon de laatste grote inpoldering van Tholen.
De Pluimpot is nu een belangrijke hoogwatervluchtplaats en broedgebied voor kustvogels als scholeksters, visdiefjes en kluten. Het hele jaar door kun je er vogels zien. Ook zoutplanten en orchideeën voelen zich thuis op de dijken en aan de randen van de oever. De Pluimpot is goed toegankelijk via de paden op de dijken.
Terug op de haven: eindpunt van deze route
Hopelijk heb je kunnen genieten van deze fietstocht. We realiseren ons dat het thema niet altijd even vrolijk is. Maar met deze en andere routes door het voormalige Rampgebied willen we de herinneringen levend houden. En proberen we het landschap te verklaren dat door het water gevormd is.
Wat mensen hier in 1953 hebben meegemaakt, staat symbool voor de waterproblematiek die zich over heel de wereld voordoet. De zeespiegel stijgt, weersomstandigheden worden extremer, het tekort aan schoon drinkwater neemt wereldwijd toe, terwijl tegelijkertijd steden dreigen weg te zakken in het water. Die problemen vergen een daadkrachtige en mondiale aanpak, waarbij de Nederlandse expertise op het gebied van water van grote waarde is.
Als je meer wilt weten over deze thema's, breng dan eens een bezoek aan het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk. En fiets of wandel ook één van onze andere routes in het Deltagebied!